
Magie in de volkstuin: bonen van de kievit
AlgemeenKROMMENIE - Zodra in het voorjaar wat boontjes in een kweekbakje op mijn vensterbank zijn neerzet, gaat het weer kriebelen. Elke dag sta ik boven mijn kweekbakje te twijfelen of er niet te veel of juist te weinig water is gegeven. Het wachten is zo moeilijk. Lang geleden heb ik als kind een boon tussen natte watten in een doorzichtig plastic bekertje opgekweekt. Ja, lekker makkelijk, dan kon ik meteen zien of er al een worteltje naar beneden groeit, en daarna een groen sprietje omhoog.
Maar ik pak het nu, 50 jaar later, semi-professioneel aan. Met ondoorzichtige bakjes zwarte stekgrond. Aandachtig maak ik een rijtje kleine kuiltjes in de aarde, en stop het boontje er in. Liefdevol wordt het toegedekt.
Onmiddellijk na het wakker worden sta ik al met mijn neus boven het bakje controle uit te oefenen. Is de aarde te nat of te droog? Is het veel te nat, dan rot het boontje weg. Moet er al een tweede poging worden ondernomen? Ik twijfel en wacht. En ik wacht en twijfel. De spanning wordt mij soms teveel. Toch maar een plastic zak eroverheen trekken om de temperatuur en de condens te reguleren. Of toch maar wat gaatjes in de plastic zak knippen om wat zuurstofrijke lucht binnen te laten? Wat een keuzestress. Maar uiteindelijk komen elk jaar de eerste groene sprietjes omhoog. Ontkiemen is werkelijk pure magie. En ik huppel vol blijdschap door de kamer om het aan iedereen te melden: de boontjes gaan groeien, straks heb ik er genoeg om uit te delen, hoera!
Om een mooie plek op de volkstuin te creëren heb ik nog wel wat te doen. Ik probeer rechtop te schoffelen, maar ik ontkom er niet aan om gehurkt onkruid weg te trekken. Kijk maar niet hoe ik omhoog kom, hoogst onelegant. En voorover gebukt sta ik er ook niet al te florissant bij, ik moet zelfs opletten om zonder gekreun weer mijn rug te rechten. Dus ik dacht: als ik op mijn moestuin zoveel mogelijk mijn boontjes omhoog laat groeien, dan hoef ik minder te bukken. En bespaar ik mijn medetuinders het onappetijtelijke uitzicht op mijn omvangrijke achterwerk, gebukt bijeengehouden in een onflatteuze tuinbroek.
Zelf opgekweekte sperzieboontjes, die trouwens veel lekkerder zijn dan die uit de buurtsuper, kunnen vanzelf omhoog groeien tegen een ondersteunende constructie van bamboestokken.
Ik kijk al langer jaloers naar de jaarlijkse huttenbouwweek vlak bij ons complex. En aangezien er in mij een groot kind huist dat graag met stokken en touwen knutselt, vind ik het maken van een constructie op de tuin een leuke en afwisselende klus.
Maar terwijl ik, met mijn geringe lengte, een bouwsel met stokken probeer op te bouwen, besef ik dat de lange stokken voor mij onhandig te plaatsen zijn, en dat ik erin verstrikt raak. Ik krijg dezelfde verhitte uitstraling als wanneer ik me door een wc-draaipoortje met 3 roestvrijstalen armen worstel, een tourniquet met de toepasselijke bijnaam ‘de billentikker’.
Het valt niet mee om de stokkenconstructie op te zetten… De ene stok steekt omhoog onder mijn arm door, de tweede stok zit klem onder mijn linkerknie, en de derde kan ik nog net struikelend ontwijken terwijl de stok mij onverwachts tóch nog een ferme tik tegen mijn billen geeft… Kijk naar mij als ik in mijn eentje een stellage voor de boontjes probeer op te zetten, en je zit lachend op de eerste rij bij mijn onewomanshow.
En toen zag ik echt magische bonen! Ik wist eerst niet goed of ik het goed had gezien? De natuur haalt een grap met mij uit, of mijn ogen bedriegen mij, hoezo hangen er rood-witte boontjes op ons moestuincomplex? Wat een kleur, nooit eerder waren saaie bamboestokken met zoveel vreugde versierd. Ik vond het al een feestje om op de moestuin te zijn, maar sinds ik de kievitsbonen heb zien hangen is het er extra feestelijk! En dat bonen geen extra bemesting nodig hebben, maar de bodem wel gezonder achterlaten voor verdere teelt, vind ik ook een feestje waard. Bonen moeten wel altijd gekookt worden, mijn darmflora kan nu eenmaal niet alles goed verwerken.
Het scherpe geluid van een opvallende weidevogel verstoort mijn gedachten. Vooral als hij zijn nest verdedigt, gaat hij als een malle tekeer, die kievit. Alsof hij bang is dat ik het eerste kievitsei wil rapen en meenemen? Nou, dat gaat allang niet zo makkelijk meer, want je moet geregistreerd staan bij een lokale vogelwacht, en in het bezit zijn van een nazorgpas, want het ei moet wel uitgebroed worden!
Kievitseieren zijn mooi gespikkeld, net als kievitsbloemen, die naam is vast geen toeval.
Maar de allermooiste sperzieboontjes op de moestuin zijn dus kievitsbonen, vernoemd naar de kievitseieren. Wat bestaan er toch prachtige groentes.
Liset de Weger
Volkstuinvereniging Krommenie