
De vijf vragen aan Ab Alberts
AlgemeenWaar ben je geboren en getogen?
Ik ben geboren in de geboortekliniek in Wormerveer. Daar woonden we eerst bij mijn grootouders (ja, ook toen was er woningnood). Daarna drie jaar in Wormer en vanaf mijn vierde in Krommenie. Altijd in de nieuwbouwwijken, dus dat was heel leuk spelen als kind. Er was altijd wel een bouwproject in de buurt waar van alles te beleven was. Zo heb ik eigenlijk alles ten westen van de Rosariumlaan (de Rondweg) gebouwd zien worden.
Als jongvolwassene kwam ik in de Groote Weiver wonen (ja, ook toen was er niet veel te huren, dus gingen we kraken). Toen pas heb ik het echte oude Krommenie leren kennen. De Groote Weiver was, en is gelukkig nog steeds, een plek waar bijna iedereen zich thuis mag voelen. We waren jong, onsterfelijk en gingen de wereld verbeteren. Helaas moest het oude pand gesloopt worden voor woningbouw. Dit gaat nu, na circa twintig jaar, eindelijk gebeuren. Hadden we nog steeds op onze oude plek kunnen zitten. De locatie werd verplaatst naar het REM-eiland in Wormerveer, maar voelt nog steeds als Krommenie. Gelukkig zijn er nog steeds veel mensen die zich als vrijwilliger actief inzetten, idealen hebben en daar hard voor willen werken.
Welke (bij)baan heb je vroeger (in Krommenie) gehad en wat heb je ervan geleerd?
Als betaalde baan was ik leraar op diverse middelbare scholen in de omgeving. Vanaf 2007 op het TRIAS. Ik vond het in het algemeen prachtig om met jonge, dwarse, zoekende mensen te werken. Met name op het vmbo, een schoolsoort die vaak een negatief stempel krijgt, maar waar zo ongelooflijk veel waardevols gebeurt. Dat zie je terug bij zowel de leerlingen als de collega’s.
Helaas trok ik het systeem niet meer en heb ik drie jaar geleden ontslag genomen. Gelukkig heb ik nog steeds veel contact met mijn oud-collega’s en oud-leerlingen. Ook worden bij mij op de sluis ieder jaar een week lang natuurkunde- en technieklessen gegeven aan alle tweede klassen. Ik mag nu zelf bepalen wat ik doe en wanneer. Muziek maken met mijn band Noordersluis, rommelen in mijn tuin en lekker tutten met mijn kleinkinderen.
Heb jij nu het beroep/de functie waar je als kind al van droomde?
Nu ben ik ondermolenaar en blokmaalder op De Paauw in Nauerna: de enige werkende windhennepklopper ter wereld. We zijn met ons team het hele proces van hennepverwerking aan het uitzoeken en uitvoeren. Dat gaat van het zelf telen van hennep, via het roten, zuiveren, kloppen, hekelen en spinnen, tot het weven van zeildoek. Hiervoor moeten we ook de meeste gereedschappen zelf maken. Bij ieder antwoord dat we vinden, ontdekken we tien nieuwe vragen, dus voorlopig zijn we nog wel even bezig. Eigenlijk doen wij in Nauerna datgene waar Krommenie een paar eeuwen lang om bekend stond.
Als je iemand een rondleiding door het dorp zou geven, waar begin en eindig je en waarom?
Een rondleiding moet natuurlijk beginnen aan de kop van het Visserspad, waar de Weldragende Karsenboom stond: een hennepklopper. Vandaar langs Huize Barkeloo, het weeshuis waar de meisjes moesten spinnen en de jongens moesten weven. Daarna door de Noorderhoofdstraat, waar de rijke huizen van de rolreders nog staan. Vervolgens over de Padlaan, de plek van de garenwerven. Het Weversend, met een mooie houten gevelsteen, waar de wevers hun rollen zeildoek lieten keuren. Het Blauwe End, de spinnerij en weverij van Kaars Seijpestein, later De Lum en nu het Forbo-terrein. Linksaf langs de vaart, met de spinnerij van Van Leijden, later Chromos, en de weverij van Planteijdt, later Verblifa en Vlaar. We eindigen bij de Noordersluis, de toegangsweg naar Krommenie voor alle schepen met grondstoffen en eindproducten.
Welke spreuk, uitspraak of levenswijsheid draag je mee?
Zo zie je maar, we hebben een raik dorp.
Ik geef de vijf vragen door aan Nikki Duyvendak, een jonge bevlogen basisschoolleraar, collega-sluiswachter en een zeer goede pizzabakker.